De wondere werelden van Büch en Harpenau

Door: Jasmijn Groot

Nederlands vertrouwen in Facebook had de afgelopen weken al een flinke deuk opgelopen, maar door een artikel in de Volkskrant van afgelopen weekend werd nogmaals duidelijk hoe schimmig de wereld van social media kan zijn. Uit een lang onderzoek was gebleken dat de zanger Dotan sinds het begin van zijn muzikale carrière in 2011 ongeveer 140 nepprofielen had aangemaakt om zijn imago op te hemelen. Deze zogenaamde ‘trollen’ zaaiden zijn internetpagina’s vol met complimenten over zijn oprechte, nederige en vriendelijke persoonlijkheid. Vanuit diezelfde profielen waren er ook nog eens een aantal wonderbaarlijke verhalen het leven ingeroepen over bijvoorbeeld een patiënt met leukemie die de zanger na een optreden had ontmoet. Er ontstond een regelrechte mediarel. Verschillende schrijvers en programma’s hadden meteen hun oordeel klaar en konden het bloed van de zanger wel drinken. Anderen hadden meer begrip voor de moderne manier waarop Dotan reclame maakt voor zijn product. Maar de meesten wilden graag een verklaring van de zanger zelf. Had Dotan dit nou werkelijk gedaan?

Dotan (geboren als Dotan Harpenau, zoon van de Nederlandse kunstenares Patty Harpenau en een

Dotan Harpenau tijdens de eerste sessie van de Seven Layers Sessions in Bitterzoet, Amsterdam januari 2016. Foto: Jasmijn Groot.
Dotan Harpenau tijdens de eerste sessie van de Seven Layers Sessions in Bitterzoet, Amsterdam januari 2016. Foto: Jasmijn Groot.

Israëlische vader) gaf in een reactie op de Volkskrant aan dat hij nergens van af wist. Maar na een paar spannende dagen biechtte hij middels een video op zijn Facebookpagina toch het een en ander op. Hij heeft inderdaad de mogelijkheden van social media opgezocht om zijn muziek te promoten. Van het verhaal over de leukemiepatiënt nam hij echter afstand, al vond hij wel dat hij de verspreiding meteen had moeten aanpakken. Aan zijn echte, loyale fans betuigde hij zijn spijt en hij uitte de hoop hun vertrouwen weer terug te kunnen winnen. RTL Boulevard kwam er ondertussen achter dat Dotan het verhaal over de leukemiepatiënt wellicht niet zelf had verzonnen, maar dat hij het via Twitter zeker wel verder heeft verspreid. Een groot publiek blijft dus achter met twijfels.

Voor historici is het veel interessanter om contemporaine gebeurtenissen zoals ‘Dotans trollenleger’ in een historisch kader te plaatsen en kritische vragen te stellen: is dit een geheel nieuw fenomeen? En is het schandaal compleet het resultaat van het moderne medialandschap? Het antwoord op beide vragen is naar mijn mening een overduidelijk ‘nee’. Verschillende media hebben al de vergelijking gemaakt tussen Harpenau en andere muziekartiesten die zelf hun singles opkopen om populariteit te vergaren, alsmede met andere bekende mensen die het boetekleed hebben moeten aandoen wegens misstappen. Maar er wordt hier veelal gesproken over gevallen die zich zeer recentelijk hebben afgespeeld. Ver vóór de opkomst van social media werden net zo goed leugens gebruikt voor een imagoboost. Een uitmuntend voorbeeld hiervan is de wereld van Boudewijn Büch.

Büch was een bekend Nederlands schrijver, dichter en programmamaker. Jongere generaties zullen hem zeker kennen van zijn energieke verschijning in de oude Lassie-rijst reclames. Zijn bekendste werk is echter het boek De kleine blonde dood, dat in de jaren 90 ook werd verfilmd. Het verhaal gaat over Büchs leven als zoon en als vader van zijn zoon Micky, die op jonge leeftijd overlijdt aan de gevolgen van een hersentumor. In 2002 werd Boudewijn Büch zelf dood aangetroffen in zijn bed, slechts 53 jaar oud. Kort na zijn overlijden werd het duidelijk dat Büch over grote delen van zijn leven had gelogen. Zo had hij gezegd dat zijn vader een SS’er was geweest die tijdens de oorlog zijn geboortedorp moest platbombarderen. Het bijkomende trauma zou hem uiteindelijk tot zelfmoord hebben gedreven. Büchs vader was in werkelijkheid een Nederlandse gemeentebeambte die in 1975 aan een hartaanval was overleden. Verder ondertekende hij vele brieven met vier of vijf academische titels voor zijn naam. Ook al had Büch gestudeerd, hij had geen enkele opleiding afgemaakt. Tenslotte is er het verhaal van het zoontje Micky. Büch paste vaak op het zoontje van een bevriend stel, maar hij begon aan steeds meer vrienden te verkondigen dat het zijn eigen zoontje was. Toen het erop leek dat hij de leugens niet meer kon volhouden, zei hij dat het jongetje was overleden. Het is verder nooit bewezen dat Büch zelf een zoon heeft gehad.

Boudewijn Büch (links) als gast bij de Alles is Anders Show in januari 1983. Foto: Rob Bogaerts, Nationaal Archief.
Boudewijn Büch (links) als gast bij de Alles is Anders Show in januari 1983. Foto: Rob Bogaerts, Nationaal Archief.

Er is één grote overeenkomst die Harpenau en Büch met elkaar verbindt: beide artiesten genereerden leugens om een interessanter imago van zichzelf neer te zetten. Dit was echter wel om verschillende redenen. Harpenau heeft toegegeven dat hij een duidelijk marketingdoeleinde voor ogen had. Bij Büch lagen er waarschijnlijk psychologische redenen aan ten grondslag. Wegens de extreme omvang van zijn vele leugens, wordt Büch sinds zijn dood bestempeld als een pathologisch leugenaar. Verder lijkt het erop dat hij zichzelf uit eigen interesse het spannende leven van een ware artiest wilde toedichten. Büch was een bibliofiel en een groot bewonderaar van romantische schrijvers als Goethe. Toen hij in zijn twintigerjaren realiseerde dat zijn passie lag bij het dichtersvak, vond hij wellicht dat zijn vrij normale achtergrond te saai was in vergelijking met zijn literaire helden.

Tenslotte is er dan nog de manier waarop Büch en Harpenau hun leugens hebben verspreid. Harpenau deed dit met de moderne social media. Zoals de Volkskrant duidelijk heeft gemaakt, laten zulke activiteiten duidelijke sporen achter: de nepprofielen van het ‘trollenleger’ waren verbonden aan e-mailadressen en telefoonnummers die terug te voeren waren naar Harpenau en zijn voormalig manager. Büch overleed ver voor het social media-tijdperk en verspreidde zijn leugens mondeling, vooral onder zijn familie- en vriendenkring. De oorsprong van zijn fabuleuze verhalen was daardoor makkelijker te maskeren. Daardoor is Büch, in tegenstelling tot Harpenau, tijdens zijn leven nooit op het matje geroepen.

In de tussentijd vragen velen zich af of we nog wel kunnen luisteren naar de muziek van Harpenau. Hij heeft zich immers voorgedaan als een uiterst integer persoon, wat hij dus niet helemaal blijkt te zijn. En hij is natuurlijk wel een beetje over de spreekwoordelijke lijken gegaan met dat leukemieverhaal – net als Büch voor hem met het verzinsel over zijn overleden zoon, ook al kunnen we in zijn geval misschien nog wel spreken van ‘dichterlijke vrijheden’. Uit grondige analyses blijkt vrijwel altijd dat artiesten, net als wij normale stervelingen, niet perfect zijn. Als perfectie de voorwaarde wordt om iemands muziek of boek aan te schaffen, dan blijven onze CD-rekken en boekenkasten leeg.