De Indonesiëreeks | deel 3: Kolonie

Door Jasmijn Groot

Het straatbeeld op Nusa Penida. Foto: Jasmijn Groot.
Het straatbeeld op Nusa Penida. Foto: Jasmijn Groot.

Het exotische straatbeeld van Bali, met haar palmbomen, hindoeïstische tempelgebouwen en groene rijstvelden, doet iemand uit de polder snel vergeten dat Indonesië ooit een kolonie van Nederland is geweest. Desalniettemin zijn er genoeg momenten geweest waarop het beladen verleden van onze landen me te binnen schoot en me ongemakkelijk deed voelen tegenover de plaatselijke bevolking.

Het schaamrood stond me bijna op de kaken toen ik in de exclusieve clubs van Nusa Dua verwelkomd werd door talloze Indonesische jongens en meisjes, die de breedste glimlach droegen die ik ooit in mijn leven heb gezien. Hoe kan ik me niet ongemakkelijk voelen als ik me op dat moment begin te bedenken dat ik op mijn wenken wordt bediend door mensen wiens voorouders bij wijze van spreken door de mijne zijn geëxploiteerd? En dan komt er nog bij dat deze barmannen en serveersters niet half zo veel verdienen als ik – voor hetzelfde werk nog wel! Ik kan met hetzelfde

De rijstvelden rond Canggu. Foto: Jasmijn Groot.
De rijstvelden rond Canggu. Foto: Jasmijn Groot.

bijbaantje wekenlang als een god in Bali vertoeven, terwijl zij Nederland alleen kennen van horen zeggen. Bij het inchecken in hotels in bijvoorbeeld Canggu en Ubud, die echt veel te luxueus leken voor het geld dat ik er voor had neergelegd, sloeg ik ook af en toe steil achterover als ik erachter kwam wat er allemaal bij mijn verblijf zat inbegrepen: welkomstdrankjes, massages, ontbijt, spa voorzieningen. Is het een nieuwe vorm van kolonisatie te noemen wanneer Nederlanders Indonesiërs weer voor zich laten werken voor schamele lonen?

En als ik dan één voet buiten mijn hotels zette en in de armere buurten van het eiland belandde, waar ik werd aangesproken door de bewoners en werd toegezwaaid door de kinderen, bekroop me het gevoel dat als ik de vraag “Where are you from?” eerlijk beantwoordde, de hel zou losbarsten. Om mij heen stonden immers de mensen die helemaal niks van de welvaart hebben meegekregen die het kolonisatietijdperk Nederland wél heeft gebracht. Zij zitten vast niet te wachten op een lange, goedgevoede toerist uit het ‘overwinnende’ land, waar bij tijd en wijlen ongelukkige uitspraken worden gedaan over de ‘VOC-mentaliteit’ en waar regering na regering géén officiële excuses maakt voor de oorlogsmisdaden die het begaan heeft tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.

Deze kledingmaker in Bualu laat een restje zien van de kolonisatiegeschiedenis. Foto: Jasmijn Groot.
Deze kledingmaker in Bualu laat een restje zien van de kolonisatiegeschiedenis. Foto: Jasmijn Groot.

Het tegendeel is uiteraard waarheid gebleken. De Balinese bevolking staat bekend om zijn tomeloze gastvrijheid. Dus wanneer ik zeg dat ik afkomstig ben uit Nederland (of, op zijn Indonesisch, Belanda), probeert men me alleen maar meer welkom te laten voelen door te laten weten dat ze dingen weten over mijn land van herkomst en door zoveel mogelijk Indonesische woorden op te noemen die van oorsprong Nederlands zijn. Post kantor, asbak, handoek, sandaal. Onze gastheer in Nusa Lembongan bijvoorbeeld liet weten dat hij de Nederlanders kende als “big, strong people” wanneer ik extra bananenpannenkoeken bestelde voor het ontbijt. En wanneer we de omvang van Indonesië vergeleken met die van Nederland, wist hij dat de laatste een “small country” was. Naast het bekende asjeblieft en dankjewel, probeerde hij er ook nog een woord uit te wurmen, dat we pas na vele pogingen konden identificeren als stormvloedkering. Waarom hij nu juist dat woord kent, geen idee. Het bleef tijdens ons verblijf wel onze inside joke.

Er zijn nog zo’n duizend Nederlandse woorden over in het Indonesische taal, die overal voorbijkomen: op straat en in gesprek, maar ook op televisie. Als het nieuws over het gecrashte vliegtuig van Lion Air op tv voorbij komt, zie ik nog meer woorden die bekend klinken: evakuasi, identifikasi, polisi. Er zijn dus nog duidelijke restanten over uit de tijd dat Nederlanders de dienst uit maakten in Indonesië. Maar die tijd lijkt voor de mensen waar ik mee in contact kom zó ver achter ons te liggen. In het postkoloniale Bali lijken de meeste mensen zich vooral te laten leiden door hun religie en hun cultuur: ze willen mensen in hun wereld betrekken en hen daar zo gemakkelijk mogelijk laten voelen. Uiteraard zit daar een aantrekkelijk economisch voordeel aan verbonden. Westerse toeristen brengen veel geld met zich mee, dus hoe tevredener zij zijn, des te meer geld zij uitgeven.

Betekent dit overigens dat alles vergeven en vergeten is? Mogen we het historisch onderzoek naar de

Stormvloedkering! Onze gastheer in Nusa Lembongan. Foto: Jasmijn Groot.
Stormvloedkering! Onze gastheer in Nusa Lembongan. Foto: Jasmijn Groot.

Indonesiërs ten tijde van de kolonisatie en de ‘politionele acties’ staken? Absoluut niet. Het zou Nederland niet schaden om de andere kant van het kolonisatieverhaal eens mee te krijgen. Het is anderzijds wel fijn om te weten dat, wanneer je eens naar Indonesië gaat en je door cultuurshock geconfronteerd wordt door ongemakkelijke gevoelens, je niet met pek en veren van het eiland zal worden verjaagd.


Lees ook deel 1: Plastic en deel 2: Afval uit deze reeks.