De Indonesiëreeks | deel 2: Afval

Door: Jasmijn Groot

Afvalvervuiling in een wijk in Bualu, Bali. Foto: Jasmijn Groot.
Afvalvervuiling in een wijk in Bualu, Bali. Foto: Jasmijn Groot.

Als je rond vijf uur in de middag over de bergen van Bali, Nusa Penida of Nusa Lembongan rijdt, dan zullen de talloze kleine rookpluimpjes die opstijgen vanuit de palmbossen je meteen opvallen. Van dichtbij wordt echter pas duidelijk hoe giftig die wolken eigenlijk zijn. Ze zijn namelijk afkomstig van de hopen afval langs de weg die de bewoners van de eilanden aan het verbranden zijn. En dat doen ze zonder het eerst te scheiden, dus werkelijk alle soorten afval worden door elkaar gemengd en ter plekke vernietigd. Uit deze routine zou kunnen worden opgemaakt dat Indonesiërs over het algemeen niet zo milieubewust zijn. Maar de bestrijding van milieuvervuiling in Indonesië is veel moeilijker dan het lijkt en zou veel verder moeten gaan dan de oppervlakkige oplossingen die de Indonesische regering en verschillende moslimorganisaties bieden.

De Indonesische regering is er van op de hoogte dat haar land een van de grootste vervuilers ter wereld is. Desondanks bewegen politici maar heel langzaam om er iets aan te doen. En wanneer er moties naar voren worden geschoven, worden de fabrikanten van vervuilende stoffen zelfs een hand boven het hoofd gehouden. Zo werd er in 2016 voorgesteld om in navolging van andere landen een belasting te heffen op plastic tasjes in winkels. Het plan ging uiteindelijk niet door, omdat er werd gevreesd voor het verlies van het levensonderhoud van de fabrikanten. Er is inmiddels wel een reglement om plastic vervuiling aan te pakken, maar dit behelst geen concrete plannen. Eigenlijk is er alleen het voornemen om het algemene bewustzijn aan te pakken.

Milieubewustzijn leeft wel steeds meer onder jongeren in stedelijke omgevingen, waardoor er in cafés en restaurants bijvoorbeeld steeds vaker rietjes van bamboe of metaal worden aangeboden bij je drankje. Buiten de grote steden is er echter vaak geheel geen sprake van, getuige de vele vervuilde wegen, rivieren en grasvelden. Twee grote Indonesische moslimorganisaties willen gaan prediken over hoe slecht plastic afval nu eigenlijk is. Zij vertrouwen daarbij op hun grote bereik, dat pakweg 100 miljoen mensen omvangt, wat neerkomt op ongeveer 40% van de totale bevolking. Maar hoe worden de inwoners van de belangrijkste toeristische eilanden als Bali, Nusa Penida of Nusa Lembongan, die niet islamitisch, maar overwegend hindoeïstisch zijn, bereikt? En waar het verbranden van andermans afval bovendien een must is, omdat het hun goede karakter en gastvrijheid toont.

Het zogenaamde gebrek aan milieubewustzijn lijkt bovenal te zijn gekoppeld aan een ander

Een waste picker aan het werk op Nusa Lembongan. Foto: Amber Josephine van Dillen.
Een waste picker aan het werk op Nusa Lembongan. Foto: Amber Josephine van Dillen.

chronisch kenmerk van de Indonesische maatschappij: armoede. Hoewel Indonesië onder president Soeharto op economisch gebied bloeide, waardoor er een welvarende middenklasse opkwam, dompelde de Aziatische financiële crisis van 1997 het land weer onder in diepe armoede. Tegenwoordig leven er volgens het Indonesische Centrale Statistieken Bureau ruim 25 miljoen Indonesiërs onder de armoedegrens, maar dat getal ligt in werkelijkheid veel hoger. Het laatste waar de armste Indonesiërs aan zullen denken is het milieu. Daar komt nog eens bovenop dat afval opruimen geld kost in Indonesië. In tegenstelling tot in Nederland, worden de vuilnis ophaaldiensten niet vanuit de regering gereguleerd. Zogenaamde vuilnisophalers (in het Indonesisch omgangers) kunnen door een wijk of buurt worden ingehuurd, waarna het afval wordt gescheiden door waste pickers, die het weer doorverkopen aan handelaren. Degenen die zich de omgangers niet kunnen veroorloven, lossen het afvalprobleem ogenschijnlijk zelf op. Gratis.

De kans dat Indonesië dit systeem van omgangers, waste pickers en sorteerders reorganiseert is klein. De mensen die tussen het afval werken verdienen goed geld, dus net als de fabrikanten van plastic tasjes zullen zij beschermd worden. Maar waar moet men dan beginnen? Indonesië moet er snel achter komen, want de stukjes afgestorven koraal op het strand, de verdwenen vissen in de zee en de milder wordende regenseizoenen geven het signaal af dat er nog maar weinig tijd over is.


Dit is het tweede deel dat Jasmijn schreef over haar avonturen in Indonesië. Het eerste deel lees je hier