De historicus in perspectief

100 jaar geschiedenis op de VU 

Dit weekend viert de opleiding geschiedenis aan de VU haar 100-jarig bestaan met een historiografisch symposium op vrijdag 15 juni en een publieksbijeenkomst op zaterdag 16 juni.

Door: Berith van Pelt

De toestand van het verleden: visies op de historicus van morgen

100 jaar geschiedenis op de VUOm 10.00 uur opent opleidingsdirecteur Fred van Lieburg het programma van de vrijdag met een kort historisch overzicht van de opleiding. Nadat de eerste hoogleraren geschiedenis in 1918 aantreden, 38 jaar na de oprichting van de VU, ontstaat vrijwel direct de traditie dat de theorie van de geschiedenis een grote rol speelt binnen de opleiding. Daarom gaat dit symposium niet over de geschiedenis van de VU, maar zet het deze traditie voort, zo betoogt Van Lieburg voor een volle zaal met (oud-)collega’s, alumni, studenten en andere geïnteresseerden.

De rest van de dag staat in het teken van de visie op de historicus van de toekomst. In het ochtendprogramma delen professor Joris van Eijnatten en professor Herman Paul hier hun gedachten over. Zij hebben het respectievelijk over de belofte van digital history en over wetenschappelijk personae. Beide sprekers schetsen een tweedeling in het toekomstige historische veld.

Van Eijnatten maakt een onderscheid tussen traditionele historici, die zich met de huidige geschiedbeoefening blijven bezighouden, en datagerichte historici, die de digital history omarmen. En dat vindt hij zorgelijk, want computers zullen alleen nog maar een grotere rol gaan spelen dan ze nu al doen. En hoewel de traditionele geschiedbeoefening ook zeker moet blijven bestaan, is het wel belangrijk dat de digitale mogelijkheden in historisch onderzoek veel meer worden ingezet dan nu gebeurt.

Paul ziet de tweedeling op een ander vlak. Waar de historicus vroeger vooral als specialist functioneerde, maakt het veranderende wetenschappelijke landschap dat hij in verschillende gezelschappen beweegt. Hierdoor veranderen ook de personae van wetenschappers: welke deugden zijn onmisbaar voor de historicus van de toekomst? Paul voorziet in het huidige landschap een tweedeling tussen de historicus als entrepeneur en de historicus die niet vecht voor een volgende onderzoeksbeurs en zich beperkt tot het geven van onderwijs.

Beide sprekers schetsen in eerste instantie een dystopisch beeld van de toekomstige historicus. Het 100 jaar geschiedenis op de VU - digital historypubliek wil dan ook graag weten of er ook nog positieve vooruitzichten zijn. Natuurlijk, vinden beiden, want de veranderingen brengen ook veel mooie dingen. Voorbeelden daarvan werden besproken in een van de panelsessies tijdens het middagprogramma, waar studenten hun onderzoek in digital history presenteerden. En hoewel hun onderzoeken heel interessant waren, bleef het publiek erg stil na hun presentaties. De digitale geschiedbeoefening lijkt inderdaad nog niet zo ingeburgerd.

Uit een panelsessie over Global History blijkt bovendien dat de geschiedbeoefening ook nu al tegen knelpunten aanloopt. De ‘Global Turn’ is wellicht helemaal niet zo global en de toenemende roep om een nationale identiteit zal ongetwijfeld invloed hebben op de toekomst van global history. Voor de toekomst van dit vakgebied is samenwerking nodig en moeten we af van de focus op het noordelijke deel van de wereld.

Meer aandacht voor digitaal, geschiedbeoefening vanuit een veel bredere invalshoek en meer samenwerking lijkt de conclusie voor een succesvolle toekomst van de historicus. Werk aan de winkel dus, want, zoals Fred van Lieburg de dag besloot, we weten niet of we de 200 jaar halen.

Geschiedenis in politiek

Politiek en geschiedenis kunnen niet los van elkaar. Dat maakte hoogleraar politieke geschiedenis Susan Legêne duidelijk in de lezing waarmee ze de publieksbijeenkomst op zaterdag begon. In het politieke debat in de Tweede Kamer zijn geschoolde historici onmisbaar en andersom is het even belangrijk dat historici niet weglopen voor de politiek.

In de huidige geschiedschrijving ontstaat steeds meer aandacht voor het heden, en dat heeft deels te maken met het huidige politieke klimaat. Er wordt in onze politieke samenleving vrijwel constant een beroep gedaan op historici, bijvoorbeeld in discussies over de Nederlandse identiteit, burgerschap en visies op het verleden. Daarnaast is er toenemende aandacht voor erfgoed en de Nederlandse herinneringscultuur, bijvoorbeeld als het gaat om de herdenking op 4 mei. En in dergelijke discussies kunnen historici inderdaad een zinvolle bijdrage leveren. Zo kunnen zij oplossingen voor maatschappelijke kwesties aan het licht brengen en het blikveld verruimen.

Maar wat is dan precies de rol van de historicus in het politieke debat? Tweede Kamerlid Roelof Publieksbijeenkomst VU 16 juniBisschop geeft in zijn reactie op Susan Legêne aan dat gezaghebbende historici nodig zijn in actuele debatten, zoals het jaarlijks terugkerende Zwarte Pietendebat en het debat over het slavernijverleden.

In het daarop volgende debat tussen historici Ronald Kroeze en Susan Legêne en politici Roelof Bisschop (SGP), Paul van Meenen (D66) en Ronald van Raak (SP), voorgezeten door historicus Wim Berkelaar, blijkt dat die rol van de historicus niet zo eenduidig is. Zo zijn onderwerpen als de Nederlandse canon en burgerschap als onderdeel van het Nederlands onderwijs hot topics in de politiek. Invulling daarvan is echter, ook met hulp van historici, niet gemakkelijk. En wie heeft over die invulling eigenlijk iets te zeggen? Mag de politiek zich daarmee bemoeien? Heeft de historicus sluitende antwoorden op inhoudelijke vragen? Vragen die in dit debat niet beantwoord konden worden, en die waarschijnlijk voorlopig nog open zullen blijven.

Tijdens de publieksbijeenkomst presenteerden wij ons themanummer 100 jaar geschiedenis. Meer over dit nummer lees je hier.