Tussen feit en fictie : Mythologische wezens

Daar ligt hij dan, stil in zijn vitrine, een getuigenis uit een ver ontastbaar verleden. Om hem heen liggen de scherven en in zijn borstkas kan men, als men goed kijkt, een bronzen pijlpunt zien zitten. Ongetwijfeld een mogelijke doodsoorzaak. In wijze is het niet veel anders dan alle andere archeologische vondsten die ik inmiddels heb gezien: een skelet, dat in een nagebootste tombe ligt voor het echte archeologische gevoel dat je bij de opgraving aanwezig bent. Toch is het moeilijk te bevatten: een skelet, half mens, half paard, in een universitaire instelling, met daarbij de vraag of je in centauren gelooft. Ondanks alle mogelijke academische denktrucs die je op de universiteit zijn bijgebracht, zal iedereen zich kort laten verleiden tot de vraag: is het echt?

Evert Verhoeven

Codex Banner 2

Het bordje naast de vitrine maakt het niet veel duidelijker. Er wordt vrij eenvoudig gesteld dat wat in de vitrine ligt echt is en tijdens een opgraving in Volos, Thessalië (Griekenland) in de jaren ’80 van de vorige eeuw is gevonden. Het schijnt overigens niet de enige te zijn. Hij maakt deel uit van een groep van drie begravingen die, volgens het bordje, te dateren zijn op 1300 v.Chr. De potscherven en de pijlpunt in de vitrine ondersteunen dit beeld: alles duidt op een Myceense origine, iets wat aannemelijk is voor die periode in dat gebied.

Naast de beschrijving van de vondst zijn ook alle kaarten van de opgraving te bekijken en is zelfs het opgravingrapport in te zien. Alles moet er op duiden dat dit een echte vondst is en dat wordt zeer overtuigend gedaan. Daarnaast wordt ook een beschrijving gegeven van de ecologie van het gebied waarin centauren voorkwamen, met daarbij aandacht voor dieet, afmeting en leefgewoonten. Maar naast de natuurhistorische kenmerken worden ook culturele aspecten (zoals de strijd met de Lapithen) en het uiteindelijke uitsterven van de centauren uitgebreid behandeld. Aangezien de tekst is geschreven door de curator, een alom geprezen academicus, zet je er weinig vraagtekens bij. Behalve dan dat het een vrij bizarre gewaarwording is dat centauren wel degelijk hebben bestaan.

Uiteindelijk kom je, als je er even over nadenkt, alsnog tot de conclusie dat dit onmogelijk is. Het academisch denken, dat de meeste van ons is bijgebracht met het illustere boek De Constructie van het Verleden, laat het simpelweg niet toe. Je voelt dat er, ondanks al het overtuigende materiaal, iets niet klopt. Je weet ook dat het wel een grap moet zijn, maar wel een bijzonder sterk opgezette grap. Want heel even, al is het maar voor die paar tellen, heb je je laten verleiden tot de gedachte dat centauren hebben bestaan.

 

Tussen fictie en feit

Sinds jaar en dag doen over de gehele wereld geruchten de ronde over monsters en fabeldieren, grote en onverklaarbare botten en onduidelijke waarnemingen. De vraag is altijd geweest in hoeverre de verhalen over dit soort wezens echt zijn en in hoeverre een misconceptie op basis van (archeologisch) materiaal. Bij de vondst van reusachtige botten heeft menigeen zich, zeker in de Oudheid, laten verleiden tot uitspraken over de resten van helden, goden of monsters. Zelfs de vroege kerkvaders geloofden er heilig in dat de reusachtige botten wel van helden of zelfs van heiligen afkomstig moesten zijn. Een centaur was gewoon een onderdeel van de ecologie, net zo reëel als een walvis of een struisvogel voor een Griek. Bekend van horen zeggen, levend in verre streken, maar nooit in levende lijve gezien. Maar ze bestonden, dat was zeker.

Inmiddels denken we wel beter te weten. De reusachtige botten, die werden toegeschreven aan heiligen, helden, monsters en zelfs draken zijn inmiddels herleid tot botten van (alsnog) lang verdwenen wezens, variërend van dinosauriërs en mammoeten tot zee-egels en fossiel vijverkroos. Niet dat deze verdwenen levensvormen overigens veel tastbaarder zijn dan centauren. Centauren en fabelwezens komen tenminste nog voor in verhalen, in de kunst en ze zijn ingebed in de cultuur. Van veel uitgestorven diersoorten hebben we niet meer dan enkele botten en stellen vervolgens dat we een nieuwe soort hebben, vaak met de meest afschuwelijke Latijnse naam. Maar al zijn de bewijzen soms dun gezaaid, we rekenen ook deze diersoorten tot onze ecologie, niet veel anders dan de Grieken met hun centauren.

Ondanks ons rationele denken blijven veel verhalen circuleren over mythische wezens, die zo nu en dan opduiken. Soms zijn de verhalen gebaseerd op waarnemingen, soms op vage foto’s en soms op ander bewijs. Maar waarom willen we, zelfs al zijn we nog zo goed opgeleid, geloven in deze verhalen? Kennelijk lijkt het velen erg interessant om toch oog in oog te staan met een mythe, of met een reeds lang uitgestorven diersoort. Ergens lijkt dit verlangen het te winnen van alle rationaliteit.

 

Eenhoorn

De meeste volwassenen zijn er van overtuigd dat mythen en legenden niet meer zijn dan mooie verhalen, met een kleine kern van waarheid. Dat is een rationele houding, zoals die van de meeste mensen in de hedendaagse maatschappij wordt gewenst. Maar als iedere  mythe een bron van waarheid heeft, wat is er dan wellicht reëel en heel wat minder mythisch dan wordt verondersteld? De eenhoorn? Het griffioen? Dit zijn gevallen waarin rationaliteit en mythologie hand in hand gaan.

In de Perzische en Arabische bronnen staat de eenhoorn, karkadann, over het algemeen gelijk aan neushoorn. Dat de bronnen deze diersoort situeren van de woestijnen van Jemen tot de oevers van de Wolga en diep in het leefgebied van de Evenk-nomanden van Siberië, kan twijfel oproepen, maar paleontologen, historici en archeologen stellen dat een groot deel van deze “waarnemingen” waarschijnlijk gebaseerd zijn op oude verhalen en mythen, uit een tijd dat er nog neushoorns aan de Wolga voorkwamen. Gezien de gedetailleerde beschrijving, bestaat de kans dat door de orale overlevering een van de laatste waarnemingen van een ijstijdwezen is vastgelegd in de verhalen van de Evenk, die in de 8e eeuw door een Arabische reiziger zijn opgetekend. De oral history is een opkomende stroming binnen de geschiedwetenschap en reeds bij de Aboriginals is bewezen dat een deel van hun mythologie gebaseerd is op historische gebeurtenissen, die vele generaties lang zijn doorverteld. Goede kans dat dit ook op gaat voor de verhalen van de Evenk over de eenhoorn.

 

Griffioen

De griffioen biedt weer een ander inzicht. Herodotus is de eerste die er een duidelijke beschrijving van geeft, inclusief leefgebied. “Ergens ver in het oosten, nog voorbij Issedonië, waar goud wordt gewonnen in woestijnen” zou dit legendarische wezen voorkomen. Lang hebben oudhistorici de verhalen van Herodotus afgedaan als leugens, waardoor Herodotus de titel ‘vader der leugens’ ten deel viel. De afgelopen vijftig jaar, waarin delen van door Herodotus beschreven gebieden zijn opgegraven, hebben echter getoond dat Herodotus het (op antropologisch vlak) vaak bij het rechte eind had. Ook op het vlak van mythologie lijkt Herodotus het bij het rechte eind te hebben; uit interdisciplinair onderzoek blijkt dat de beschrij-ving die Herodotus van dit dier geeft overeenkomt met gevonden fossielen in de Gobi-woestijn, de woestijn waar volgens Herodotus goud werd gewonnen. Deze fossielen stonden rechtop in de rotsformaties (blootgelegd door erosie), waar sommigen onder het goudzand zaten. Ook dit strookt met de beschrijving van griffioenen door antieke auteurs, die stellen dat griffioenen het goud in de woestijn verzamelden in hun nesten en fel bewaakten.

 

Willen geloven

Uiteindelijk lijkt het erop dat er in sommige verhalen over mythologische wezens een kern van waarheid zit. Om nu te stellen dat alle mythologische wezens een kern van waarheid hebben, is echter allerminst haalbaar. Maar zelfs nu we het grootste deel van de wereld ontdekt hebben, vinden we vrijwel iedere dag nieuwe diersoorten. Wellicht dat we, als we lang genoeg zoeken, uiteindelijk toch een levende centaur vinden. Zo lang we ons laten verleiden tot de gedachte dat het mogelijk is dat centauren ooit hebben geleefd, zijn de wonderen de wereld nog niet uit.

Meer weten?

Adrienne Mayor, The first fossil hunters (2000)
Chirs Lorenz, De Constructie van het Verleden (2008, herziene druk)

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *