Is home where the heart is? De soldatenvrouw en het Romeinse leger

Bij het Romeinse leger denkt menigeen vrijwel direct aan de strak marcherende legioenen zoals we ze kennen uit films als Gladiator en series als Rome. Een plaats voor bikkelharde mannen, die bijna hun hele leven in het leger dienen. Hun vrouwen worden over het algemeen afgebeeld als brave, vrome dames die ervoor zorgen dat het huis niet in het slop raakt terwijl manlief op campagne is. Maar klopt dit beeld wel? De diensttijd in het leger is ruim twintig jaar en veel tijd zal er niet meer zijn geweest om een gezinnetje op te bouwen na de diensttijd. De meest voor de hand liggende optie is dan ook je vrouw meenemen op campagne. Immers, home is where the heart is. Is het, als we het archeologisch bewijs erbij pakken, tijd om ons traditionele beeld van de vrouw te heroverwegen?

Naar Mark van Kesteren

Join the Army

Het Romeinse leger is een instantie die gedurende zijn bestaan sterk aan verandering onderhevig is geweest. Binnen het Romeinse leger is het belangrijk een onderscheid te maken tussen legioenen en hulptroepen (auxilia). In de legioenen dienden alleen Romeinse burgers die voornamelijk uit kernprovincies kwamen. De hulptroepen bezaten bij toetreding geen burgerrecht. Mensen uit grensstreken en vrijgeborenen hadden voornamelijk toegang tot deze klasse. Rekruten uit één stam werden vaak in één eenheid geplaatst. Er kwamen in de loop der tijd ook snel troepen van buiten het Romeinse rijk, waardoor de homogeniteit in de eenheden verdween.

In de loop van de eerste eeuw na Christus begon het Romeinse leger aan het opbouwen van een aantal verdedigingslinies in de grensstreek. Vele legionairs en auxiliaforten waren op strategische locaties bij de grens opgesteld en onderling met elkaar verbonden. Wij moeten ons de Romeinse grens dan ook niet voorstellen als een harde grens, maar eerder als een diffuse frontier zone. Deze bufferzone fungeerde als middel om goederen en personenverkeer in de grenszone te controleren.

Over vrouwen van militairen is vrij weinig bekend. Hetgeen wel bekend is dat tot 197 na Christus enkel centuriae mochten huwen. Kinderen werden ook niet erkend. Vrouwen van militaire commandanten reisden vaak de mannen achterna en soms werden de vrouwen gedwongen het kamp te verlaten als de man overleden was. Aan de hand van case studies uit zowel Brittannia als Germania wordt in dit artikel gekeken of vrouwen zich in de directe omgeving van de legerkampen bevonden, om zo meer inzicht te kunnen geven in de relatie tussen het Romeinse leger en haar vrouwen.

Codex Historiae adverteer button

Brittannia

Het hulptroepenfort Vindolanda op de muur van Hadrianus is vanaf de bouw tot de vierde eeuw na Christus in gebruik geweest. In dit fort zijn opvallende vondsten gedaan, die vooral uit de eerste vier gebruiksfasen (tussen ca. 85 en 120 na Christus) stammen. Allereerst zijn er schoenen aangetroffen die van hout zijn gemaakt en afkomstig zijn van het praetorium. De meeste aangetroffen schoenen zijn, zoals verwacht, schoenen van mannen. Daarnaast zijn er schoenen gevonden die van de vrouwen en kinderen in het huishouden van de prefect zijn. Andere vindplaatsen, zoals Zwammerdam (Nigrum Pullum, hulptroepenfort in Nederland) en Saalburg (legionairsfort in Duitsland), kennen een soortgelijke distributie in schoeisel voor dezelfde datering.

In de tweede periode lijkt er een toename te zijn geweest is schoeisel afkomstig van het praetorium. Tussen de vondsten zat een smalle, lange schoen, die onmiskenbaar van een vrouw is geweest. Door de bijzondere vormgeving is het waarschijnlijk dat deze schoen geïmporteerd is, wellicht uit Zwitserland. De aanwezigheid van bijzonder schoeisel correspondeert met de historische bronnen, die stellen dat de commandant van het gelegerde regiment, het Cohors IX Batavorum, zijn vrouw en kinderen in het kamp had wonen.

De verjaardagsuitnodigingen uit Vindolanda
De verjaardagsuitnodigingen uit Vindolanda

Maar een duidelijker aanwijzing dat er vrouwen en kinderen in het legerkamp aanwezig waren is te vinden op de “Vindolanda tabletten”. Deze houten tabletten bevatten briefwisselingen die gevoerd zijn door de kampbewoners. Onder deze brieven bevindt zich de correspondentie tussen Sulpicia Lepidina, de vrouw van de kampcommandant, en haar vriendin Claudia Severa. In deze briefwisseling, te dateren omstreeks 100 na Christus, nodigt Claudia haar vriendin Sulpicia uit voor haar verjaardagsfeest. Deze brief geeft de impressie dat officiersvrouwen er onderling sociale contacten op na hielden. Helaas valt uit de brieven niet af te leiden of de vrouwen een saaie dagbesteding hadden en in eenzaamheid leefden, noch of er contact was tussen de vrouwen en de lokale bevolking.

Een ander hulptroepenfort, Housesteads, biedt wellicht wat meer inzicht hierin. Het fort ligt op 6 kilometer van Vindolanda en aan de muur van Hadrianus. Hier zijn in een voormalige officiersbarak sterke aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van vrouwen en kinderen. De beste aanwijzing is de vondst van een aantal broches, ringen, armbanden, oorringen en haarspelden. Voor zover bekend is het gebruik van haarspelden strikt voor vrouwen, wat duidt op de aanwezigheid van vrouwen in dit kamp.

Tezamen met de vondsten uit Vindolanda geven deze sieraden een indicatie dat vrouwen naar alle waarschijnlijkheid gewoon in het legerkamp aanwezig waren, zij het slechts in de hogere echelons. Dit beeld wordt gestaafd door de vindplaats van de sieraden en schoenen, die allen gevonden zijn in officiersbarakken.

Germania

De meeste studenten kunnen zich wel, met dank aan de film Gladiator, een beeld vormen van Germania in de eerste eeuwen na Christus. Een hevig bevochten gebied, waar de Romeinen vastliepen op een aantal zeer volhardende en krijgshaftige stammen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat door heel Germania (de beide provincies, Germania Superior en Germania Inferior) er tal van militaire kampen zijn gebouwd om de “barbaren” het hoofd te bieden. Maar zijn hier, net zoals in Brittannia, ook vrouwen in de forten aanwezig die elkaar uitnodigen voor verjaardagsfeestjes, of leent dit gebied zich allerminst voor vrouwen?

Een van de best onderzochte forten in Germania is het legionairsfort te Xanten, dat ten tijde van Claudius en Nero (37-69 n.Chr.) volop in gebruik was. Net zoals in Brittannia lijken ook hier vrouwen in het kamp te hebben gewoond, aangezien ook hier typisch vrouwelijke objecten (haarspelden, sieraden, olieflesjes) zijn gevonden, wederom in de omgeving van de officiersbarak.

Romeinse leger groot galapas, Mark van Kesteren zomer 2012leger groot
Het Romeins leger: een echt mannenbolwerk

Een ander fort, Oberstimm, heeft in dezelfde periode zijn belangrijkste bewoningsfase gekend. Ook hier zijn vondsten gedaan die duiden op de aanwezigheid van vrouwen, wederom slechts rondom het praetorium. De classificatie van de vondsten in dit fort ligt echter moeilijker; er valt geen duidelijk predicaat “vrouwelijk” op te plakken. Zeker, ook hier zijn olieflesjes en sieraden gevonden, maar in mindere mate. Daarnaast zijn de sieraden die hier zijn gevonden zo vormgegeven dat ze ook makkelijk door mannen kunnen zijn gedragen. Immers, ringen en armbanden worden al sinds jaar en dag door beide geslachten gedragen.

Van de Germaanse forten is het hulptroepenfort Ellingen het fort waar met de grootste zekerheid vrouwen hebben gebivakkeerd. Er zijn niet, zoals in Vindolanda, uitgebreide briefwisselingen van dames gevonden, maar wel objecten waar een man naar alle waarschijnlijkheid niet mee wilde worden geassocieerd. Zo zijn hier haarpinnen gevonden, typisch vrouwelijke broches en wellicht toch wel het meest vrouwelijke: spinklosjes. Naast deze objecten zijn er ook resten gevonden van een weefgetouw, wat wederom duidt op de aanwezigheid van vrouwen in het fort.

 

Metromannen

Helaas is het lang niet altijd mogelijk om een gevonden object aan een geslacht te
verbinden. Nieuwe opgravingen te Carlisle en Vindolanda hebben aangetoond dat objecten als nagelschaartjes, naalden en pincetten vaak tot de standaarduitrusting van soldaten behoorde. Persoonlijke hygiëne en een goed onderhouden uitrusting waren, zeker in de grensstreken, van groot belang; ziek wilde je liever niet worden ver van huis, en de uitrusting (en reparaties) werden meestal betaald uit eigen zak.

Naar aanleiding van de vondsten in Brittannia en Germania kan men stellen dat in er in de legerkampen vrouwen aanwezig waren. Wel lijkt het erop dat slechts de hoogste officieren, en niet de “gewone soldaat” er vrouwen op na hielden. Een vrouw in het kamp hebben lijkt een privilege te zijn, dat slechts aan de elite van het kamp was voorbehouden. Het wordt dus tijd om het beeld van de legionairsvrouw als brave, vrome dame die ervoor zorgt dat het huis niet in het slop raakt terwijl manlief op campagne is mag worden aangepast. Gaat manlief op campagne en heeft hij een hoge functie, dan kan vrouwlief volgen. Home is where the heart is, of in dit geval, waar manlief gelegerd is.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *