Imperium Iran Extra: Bisotun

Imperium Iran Extra: Bisotun

Een berg getekend door het verleden

Midden in het Zagrosgebergte ligt een opvallende en indrukwekkende berg, die als een natuurlijke rotsmuur boven de omliggende hoogvlakte uittorent. De naam van deze berg, Bisotun, is afgeleid van het Oud-Perzische ‘Bagastana’, wat ‘(ontmoetings)plaats van de goden’ betekent. Men gaat er dan ook van uit dat deze berg oorspronkelijk een heilige plaats was. In de omgeving van de Bisotun zijn een tempel en een fort opgegraven die mogelijk door de Meden gebouwd zijn. De Bisotun ligt aan de westelijke grens van het Medische thuisland, ongeveer halverwege op de weg tussen Babylon en de Medische hoofdstad Ecbatana. De berg ligt aan de Khorasan-route, een eeuwenoude handelsroute tussen Mesopotamië en Centraal-Azië, en is al sinds mensheugenis een ‘landmark’voor de handelaars die deze weg bereisden.

Daan Nijssen

Darius’ staatsgreep

Het Perzische Rijk was nog jong en instabiel toen Cambyses, de oudste zoon van Cyrus de Grote, in 525 voor Christus een veldtocht naar Egypte organiseerde. Cambyses veroverde Egypte met relatief gemak en verbleef drie jaar lang aldaar, waarschijnlijk om er een blijvend Perzisch bestuur te kunnen vestigen. Cambyses’ afwezigheid in Iran zorgde aldaar voor de nodige onrust. Groepen die niet tevreden waren met Cambyses’ beleid hadden vrij spel en in 522 voor Christus stond er een nieuwe koning op die zich uitgaf voor Smerdis, Cambyses’ jongere broer. Deze Smerdis wist een groot deel van de Perzische elite achter zich te krijgen en werd de de facto heerser over Iran en Mesopotamië. Toen Cambyses op weg terug naar Iran was om deze opstand de kop in te drukken, kwam hij onder onduidelijke omstandigheden om. Smerdis werd daarop niet alleen de facto, maar ook de jure de nieuwe koning, aangezien hij de laatste zoon van Cyrus was.

Een deel van de Perzische elite – waarschijnlijk dezelfde mensen die Cambyses tot het einde gesteund hadden – weigerde echter de regering van Smerdis te aanvaarden. Uiteindelijk besloten zeven Perzische edelen, waaronder Darius, die mogelijk Cambyses’ lijfwacht was, om Smerdis om te brengen. Zij slaagden daarin en Darius riep zichzelf uit tot nieuwe koning der koningen. Niet iedereen was echter bereid om Darius als koning te erkennen; de meeste onderworpen volken waren van mening dat zij zichzelf als onafhankelijk konden beschouwen, nu de dynastie van Cyrus uitgestorven was. Onder meer in Medië, Babylonië en Elam stonden nieuwe koningen op, die zich veelal beriepen op afstamming van grote koningen uit het verleden, zoals Nabonidus en Cyaxares. Darius slaagde erin om binnen één jaar al deze nieuwe koningen, die volgens hem rebellen waren, te verslaan. Hij werd koning van het gehele Perzische Rijk, maar als voorheen onbekende lijfwacht op de koningstroon zag hij zich gedwongen zijn machtsgreep te rechtvaardigen.

Darius’ inscriptie

Darius koos de berg Bisotun uit als locatie voor zijn reliëf en inscriptie ter ere van zijn staatsgreep. In drie talen – Elamitisch, Babylonisch en Oud-Perzisch – liet hij zijn verslag van de machtsovername opstellen. Hij beweerde dat hij een verre verwant van Cyrus de Grote was en dat zijn familie al vele koningen had voortgebracht. Hij rechtvaardigde de moord op Smerdis door te stellen dat de man die zich voor Smerdis uitgaf in werkelijkheid een Magiër (priester) genaamd Gaumata was, afkomstig uit Paishiyauvada, een stad op de grens van Persis en Elam. De echte Smerdis zou al vóór Cambyses’ Egyptische veldtocht in opdracht van Cambyses vermoord zijn. Smerdis’ dood zou vervolgens geheim gehouden zijn, waardoor Gaumata zich zonder problemen voor de overleden Smerdis uit kon geven. Darius stelt herhaaldelijk dat Smerdis en de andere ‘opstandige’ koningen leugenaars waren die niet van koninklijke bloede waren, terwijl hij intussen zijn eigen integriteit benadrukt.

Darius’ relaas is door vele geleerden, waaronder grote namen als Olmstead, Boyce, Dandamaev en Sancisi-Weerdenburg, in twijfel getrokken. Zij wijzen erop dat het zeer onwaarschijnlijk is dat Smerdis’ dood drie jaar lang geheim gehouden zou kunnen worden en dat een willekeurige Magiër zijn plaats in zou kunnen nemen. Volgens hen heeft Darius de echte Smerdis, de legitieme koning, vermoord en heeft hij dit verhaal bedacht om dit feit te verhullen. Het feit dat Darius al zijn tegenstanders uitmaakt voor leugenaars en zijn eigen integriteit herhaaldelijk benadrukt, zou hem bovendien verdacht maken. Het laatste argument vind ik zelf niet zo sterk. Naar mijn mening psychologiseren de moderne geleerden hier teveel. Het is niet ongebruikelijk voor oosterse koningen om hun eigen goedheid te benadrukken en hun vijanden de demoniseren. Het zou eerder vreemd zijn als Darius dit niet gedaan zou hebben. Het feit dat Darius, weliswaar tot op het ridicule af, zijn integriteit benadrukt, kan daarom niet als doorslaggevend argument vóór of tegen zijn integriteit gebruikt worden.

Het verhaal dat een willekeurige Magiër zich ongehinderd voor een Perzische prins kon uitgeven is inderdaad ietwat problematisch, maar niet geheel onmogelijk. Niet alleen Gaumata, maar ook andere ‘opstandelingen’ waren, als we Darius mogen geloven, bedriegers die logen over hun koninklijke afkomst. Om te bewijzen dat Smerdis en de opstandige koningen bedriegers waren, noemt Darius hun echte namen en soms ook de naam van hun vader en geboorteplaats. Het valt niet uit te sluiten dat Darius al deze gegevens zelf verzonnen had, maar waarschijnlijker is dat de meeste opstandelingen zich inderdaad ten onrechte beriepen op koninklijke afkomst. Darius, die beweert aan Cyrus verwant te zijn, is hierop waarschijnlijk geen uitzondering. Het enige verschil tussen Darius en zijn rivalen is dat Darius als winnaar uit de bus is gekomen. Hoe is het dan mogelijk dat Gaumata, of andere opstandige koningen, zich voor koning konden uitgeven? Het antwoord is simpel. Aangezien de meeste mensen in het Perzische Rijk hun koning nooit te zien kregen, hadden ze geen idee hoe hij eruit zag. Iedereen die indrukwekkend genoeg overkwam kon zich, eventueel onder een valse naam, als koning presenteren. Bovendien zal het feit dat Smerdis zich tijdens zijn regering nooit aan het volk liet zien en zelfs niet met zijn edelen sprak, zoals Darius en Herodotus beweren, ertoe hebben bijgedragen dat het bedrog in stand werd gehouden.

Darius’ reliëf

De inscriptie van Darius is op 100 meter hoogte, gerekend vanaf de voet van Bisotun, in steen gebeiteld. Boven de inscriptie is een reliëf van 5,5 bij 3 meter aangebracht. Op het reliëf staat Darius levensgroot afgebeeld met in zijn hand een boog; een symbool van het koningschap. Met zijn rechtervoet staat Darius op de borst van een op zijn rug liggende man die waarschijnlijk Gaumata moet voorstellen; een teken van complete minachting. Achter Darius, ongeveer een kop kleiner dan de koning, staan twee van zijn metgezellen: Intaphrenes, met een boog in zijn hand, en Gobryas, met een lans. Vóór Darius staan tien aan de nek geketende mannen, die ongeveer half zo groot als Darius zijn afgebeeld. Zij stelllen de overwonnen koningen voor. Darius heeft zich voor dit tafereel vrijwel zeker laten inspireren door een reliëf van Anubanini van Lullubi, een koning die rond 2000 voor Christus in het Zagrosgebergte leefde. Dit reliëf, nabij Sar-e Pol-e Zahab, beeldt, net als het reliëf te Bisotun, een koning af die op de borst van een overwonnen vijand staat en uitkijkt op een rij geketende rivalen.

Bovenaan in het reliëf zweeft een farvahar, een gevleugelde zonneschijf met daarin een man met een gevederde rok. Afbeeldingen van gevleugelde zonneschijven werden al millennia lang gebruikt en zijn te herleiden tot het Egypte van het Oude Rijk. Het motief werd overgenomen door volken in de Levant en Mesopotamië en de Assyriërs voegden het motief van een boogschutter toe die in de zonneschijf stond. De Assyrische afbeeldingen stellen waarschijnlijk de god Ashur voor, of anders een beschermgeest. De Perzen namen het motief van de gevleugelde zonneschijf over van de Assyriërs. Wat het symbool voor de oude Perzen betekende is niet bekend. Mogelijk was het een afbeelding van de god Ahura Mazda. Minder spectaculaire interpretaties zijn dat de farvahar een beschermengel of de khvarenah(vreeswekkende uitstraling) van de koning moest voorstellen.

Bisotun onder latere dynastieën

Bisotun bleef ook na de val van de Achaemenidische dynastie een belangrijke plek; de berg zelf was nog altijd even imposant en werd mogelijk nog altijd als heilige plaats beschouwd en de inscriptie en het reliëf van Darius bleven tot de verbeelding spreken. Volgens Diodorus Siculus bezocht Alexander de Grote de plek op zijn tocht door Medië; een teken dat Alexander zich bewust was van de significantie van de berg. De Seleucidische koning Demetrius II liet er in 148 voor Christus een heiligdom voor Heracles oprichten, waarbij hij een aanliggende Heracles in de rotsen liet uithouwen. Enkele jaren na dit bouwproject grepen de Parthen de macht in Medië. Mithridates II (124-88 voor Christus), een zeer succesvolle Parthische koning die de binnenvallende Saka had teruggedreven en Mesopotamië op de Seleuciden had heroverd, liet in Bisotun een reliëf uithouwen. Op dit reliëf staat Mithridates met opgeheven hand tegenover een viertal satrapen. In plaats van een farvahar staat boven hen de Griekse godin Nike afgebeeld.Dit tafereel moest waarschijnlijk een soort investituurritueel voorstellen. Mogelijk is het tafereel afgeleid van het reliëf van Darius, die ook met opgeheven hand tegenover een rij mannen staat, maar het grimmige karakter van Darius’ reliëf was de Parthen blijkbaar ontgaan. Direct naast het reliëf van Mithridates II bevindt zich het reliëf van Gotarzes II (39-51 na Christus), een Parthische koning die een groot deel van zijn regering doorbracht met het bevechten van andere troonpretendenten. Op dit reliëf zien we Gotarzes en zijn rivaal Meherdates, beide te paard, tegenover elkaar staan. Ook hierboven staat de godin Nike afgebeeld. De reliëfs van Mithridates II en Gotarzes II zijn helaas voor een groot deel beschadigd omdat een zeventiende eeuwse sjeik er zijn eigen inscriptie overheen liet beitelen. De inscriptie van deze sjeik ging over de toewijzing van land aan afstammelingen van Mohammed.

Shirin & Farhad

Onder de Sasaniden werd er lange tijd niets op of bij de Bisotun gedaan. Pas onder Khosrow II (590-628), één van de laatste Sasanidische koningen, werd er begonnen aan een nieuw monument. Khosrow behaalde tijdens zijn regering vele successen tegen de Byzantijnen. Hij veroverde Syrië, Palestina, Egypte en delen van Anatolië op het Oost-Romeinse Rijk en herstelde het Perzische Rijk daarmee bijna tot de omvang die het had onder de Achaemeniden. Om Khosrow’s overwinningen te gedenken werden er bij Bisotun grote stukken rots weggehouwen om plaats te maken voor een nieuwe, grote inscriptie, mogelijk naar het voorbeeld van de inscriptie van Darius. Deze inscriptie kwam echter niet af. Er stond een nieuwe, succesvolle Byzantijnse keizer op, Heraclius, die de Perzen terugdreef en Perzië binnenviel. Er ontstond een opstand aan het hof en Khosrow werd door zijn lijfwachten vermoord.

Het werk te Bisotun onder Khosrow lag waarschijnlijk aan de oorsprong van één van de bekendste Perzische verhalen: dat van Shirin en Farhad. Shirin is de favoriete vrouw van Khosrow. Zij wordt echter ook begeerd door de architect Farhad, die door Khosrow zeer gerespecteerd werd. Farhad spreekt zijn gevoelens voor Shirin tegenover haar uit en zij blijkt hetzelfde voor hem te voelen. Khosrow krijgt hier al snel lucht van, maar hij wil geen van beiden straffen. Daarom belooft Khosrow aan Farhad dat hij met Shirin mag trouwen als hij bij Bisotun water heeft gevonden. Farhad gaat daarop, gewapend met een beitel, naar Bisotun en begin de rotsen weg te houwen op zoek naar water. Jarenlang is hij bezig. Zijn liefde voor Shirin houdt hem op de been. Ook zijn respect voor Khosrow neemt niet af. Hij neemt zelfs de tijd om een reliëf uit te houwen dat Khosrow en zijn overwonnen vijanden afbeeldt. Met dit reliëf wordt uiteraard het reliëf van Darius bedoeld. Na jaren werk vindt Farhad eindelijk water. Khosrow wordt hiervan op de hoogte gebracht, maar om onder zijn belofte uit te komen laat hij Farhad weten dat Shirin gestorven is. Gek van verdriet stort Farhad zich daarop van de berg af. Wanneer Shirin, die nog leeft, hiervan hoort, pleegt ook zij zelfmoord.

Herontdekking

In de afgelopen eeuwen is Bisotun opnieuw in de belangstelling komen te staan, en wel in het westen. De eerste westerling die Darius’ inscriptie zag was de Fransman Abel Pinson, die in 1598 op een diplomatieke missie naar Perzië was. Hij zag in het reliëf een afbeelding van de hemelvaart van Christus. De farvahar interpreteerde hij als de wederopgestane Christus,de andere figuren waren volgens hem de apostelen. De inscriptie was volgens hem in Grieks schrift geschreven. Een andere Fransman, Ange Gardane, die Bisotun in 1808 bezocht, zag in het reliëf een afbeelding van de kruisiging van Jezus. De Brit Ker Porter zat er iets dichter bij toen hij stelde dat het reliëf de Assyrische koning Salmaneser en de overwonnen tien stammen van Israël moest voorstellen. Er kwam schot in de zaak toen de Brit Henry Rawlinson, die kennis had van het toen gedeeltelijk ontcijferde Oud-Perzische spijkerschrift, Bisotun bezocht in de jaren tussen 1835 en 1838. Door zijn bezoeken aan Bisotun wist hij in 1838 het Oud-Perzische spijkerschrift in zijn geheel te ontcijferen. In 1844 ontcijferde hij ook het Elamitische spijkerschrift en in 1852 werd ook het Akkadische spijkerschrift door hem ontcijferd. Dankzij Rawlinson’s werk te Bisotun kunnen wij nu, sinds 150 jaar, na een periode van zo’n 2000 jaar, de schriftelijke bronnen van de beschavingen van het Oude Nabije Oosten weer lezen. Zo is de Bisotun ook voor de oudheidkunde een landmark geworden.

Ben jij een student aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit? Vraag dan een gratis jaarabonnement op de CODEX Historiae aan. 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *