Abūbu of de Zondvloed

Het Babylonische Atrahasis epos en Genesis 6 t/m 9 nader bekeken

‘Toen de goden mensen waren…’ De eerste regel van het Babylonische Atrahasis epos zegt veel over de verdere inhoud van het verhaal. Het mythologische epos speelt zich af in het begin der tijden, toen de goden nog zwaar werk moesten verrichten om in hun levensonderhoud te voorzien en in dat opzicht als mensen waren. Na een opstand van de lagere goden wordt het besluit genomen de mensheid te creëren uit klei en bloed, om het zware werk van de goden over te nemen. Dit pakt echter anders uit dan verwacht: de mensen vermenigvuldigen zich snel en beginnen steeds meer lawaai te maken, waardoor de god Enlil uit zijn slaap gehouden wordt. Het besluit om de mensheid uit te roeien is dan ook snel gemaakt. Na het sturen van onder andere een plaag en een hongersnood is het geluid van de mensen nog steeds niet afgenomen. De god Enki kan het niet over zijn hart verkrijgen de mensen kwaad te doen en brengt steeds zijn lievelingsmens en hoofdpersoon van het verhaal, Atrahasis, op de hoogte van de op handen zijnde ramp, waardoor deze voorkomen kan worden. Enlil neemt hier kennis van en wordt woedend op Enki. De god moet een eed zweren, waarin hij belooft niet te verraden hoe de mensheid dit keer zal worden aangevallen: met een zondvloed. Opnieuw weet de slimme Enki Atrahasis te waarschuwen, dit keer op een indirecte manier, zodat de eed niet verbroken wordt. Hij geeft Atrahasis de opdracht een schip te bouwen, zijn familie en dieren aan boord te brengen en zo het leven te redden. Atrahasis volgt de bevelen op en weet de zondvloed te overleven.

Cindy MeijerCodex zondvloed abonnee worden

Op het eerste gezicht lijkt de Babylonische held Atrahasis sterk op de Bijbelse aartsvader Noach, die we tegenkomen in het boek Genesis. In Genesis 6 wordt immers beschreven hoe God besluit de mensheid te vernietigen en alleen Noach Zijn genade schenkt. De rechtvaardige man krijgt, net zoals Atrahasis, de opdracht een grote boot te bouwen, waarin hij zijn gezin en alle soorten dieren moet onderbrengen. Hierna volgt de verschrikkelijke zondvloed, die in Genesis 7 wordt beschreven. Uiteindelijk strandt de Ark op de berg Ararat en sluit God een verbond met Noach en zijn zonen. De regenboog is het bewijs dat er nooit meer een zondvloed zal komen om de levende wezens uit te roeien.

Toen in de 19e eeuw de spijkerschrifttabletten die het Atrahasis epos bevatten vertaald werden, waren de reacties fel en geschokt. Hoe was het mogelijk dat een Oud-Babylonische tekst zo veel op het Bijbelse zondvloedverhaal leek? Betekende dit dat een bekend verhaal uit de Bijbel overgenomen was uit een oudere bron? Of was er een andere verklaring voor, namelijk een orale traditie waarop beide verhalen teruggevoerd konden worden? Was het gebaseerd op een ware gebeurtenis, een overstroming in het Oude Nabije Oosten die de mensen heeft geïnspireerd tot het opschrijven van het zondvloedverhaal? Talloze geleerden hebben zich over deze vraagstukken gebogen, met uiteenlopende theorieën als resultaat. Waar sommigen geloven dat de Hebreeërs tijdens de Amarna periode in orale vorm in contact kwamen met het Babylonische verhalengoed, zijn er anderen die de Babylonische ballingschap zien als overdrachtsfase. Archeologen gingen op zoek naar bewijs voor de mythische zondvloed op plaatsen als Kish en Šuruppak. Volgens een andere theorie was het Abraham die het van oorsprong Babylonische verhaal met zich mee droeg, toen hij zijn thuisland verliet na de val van de Derde Dynastie van Ur.

Eén ding is duidelijk: de Hebreeërs transformeerden het verhaal tot een parabel, waarin de ethische component nadrukkelijk aanwezig was. Niet overbevolking werd gepresenteerd als aanleiding voor de zondvloed, zoals in het Atrahasis epos het geval is, maar de zondige aard van de mens. Noach werd uitverkoren, omdat hij de enige rechtvaardige was in een wereld die vol was van verdorvenheid en geweld.  In de Bijbel wordt zelfs expliciet genoemd dat zondigheid onderdeel is van de menselijke natuur. Deze factor is afwezig in de Babylonische traditie en vormt daarom één van de belangrijkste verschillen tussen beide verhalen.  De zondvloedtraditie werd door de Hebreeërs dusdanig aangepast dat deze in een Hebreeuwse context kon functioneren.
Het boek van Irving Finkel, dat recent is verschenen, werpt een nieuw licht op het Babylonische zondvloedverhaal. In zijn ‘The Ark before Noah: Decoding the Story of the Flood’ beschrijft hij de inhoud van een spijkerschrifttablet, waarvan het bestaan tot kort geleden nog onbekend was. Op deze kleitablet wordt een essentieel gedeelte van het Atrahasis epos beschreven, dat in alle eerdere fragmenten tot nu toe incompleet was: een uitgebreide beschrijving van het uiterlijk van de Ark. Finkel legt uit van welk materiaal de Ark was gemaakt, hoe hij in elkaar gezet werd en wat de vorm was van het schip. Deze nieuwe ontdekking presenteert een verrassende visie op het zondvloedverhaal en zal daarom in dit artikel besproken worden.

adverteerbanner codex historiae main page

George Smith en het Gilgameš epos

De jonge Britse Assyrioloog George Smith was ervan overtuigd dat er een Babylonisch zondvloedverhaal moest bestaan, waarvan het Bijbelverhaal van Noach afgeleid was. Bij elke kleitablet die hij in het British Museum onder ogen kreeg om te vertalen, was hij zich bewust van de mogelijkheid dat het om het door hem zo felbegeerde vloedverhaal kon gaan. Op een gegeven moment was hij bezig met de vertaling van een literaire tekst op een kleitablet die was aangetast door een substantie, waardoor een gedeelte van het spijkerschrift onleesbaar was geworden. Toen deze substantie eindelijk door een specialist was verwijderd en hij de eerste woorden las die voorheen bedekt waren geweest, werd zijn vermoeden bevestigd: er bestond inderdaad een Babylonische zondvloedtraditie, en hij was ‘de eerste man om het verhaal te lezen na meer dan tweeduizend jaar van vergetelheid’. Op 3 december 1872 maakte hij zijn ontdekking bekend aan het Genootschap van Bijbelse Archeologie. Niet lang daarna publiceerde hij een boek over het spraakmakende onderwerp, met de veelzeggende titel ‘The Chaldean Account of Genesis’. Voor Smith was het overduidelijk dat er een verband bestond tussen het vloedverhaal in Genesis en de literaire tekst die hij had aangetroffen op een spijkerschrifttablet. Hij meende dat de Hebreeërs bekend moesten zijn geweest met het Babylonische verhaal en hun eigen verhaal over Noach ervan afgeleid hadden.

De kleitablet, die de aanleiding vormde voor de publicatie van Smith en waarvan de inhoud vele mensen aan het denken zette over de oorsprong van het bekende Bijbelverhaal, bleek een fragment van de elfde tablet van één van de meesterwerken van de Babylonische literatuur, het Gilgameš epos. Op deze kleitablet krijgt de held van het epos, Gilgameš, het verhaal van de zondvloed te horen uit de mond van de overlevende, die na de ramp door de goden onsterfelijk is gemaakt. De tekst werd gevonden in Assyrië en werd gedateerd tot de 7e eeuw v. Chr., maar Smith was er zeker van dat dit verhaal gebaseerd was op oudere Babylonische teksten. Toen de Daily Telegraph aanbood om een reis naar Nineveh te financieren met als doel de ontdekking van nieuwe kleitabletten greep hij de kans met beide handen aan. Smith keerde terug met vele spijkerschrifttabletten, waarin hij opnieuw fragmenten van een zondvloedverhaal herkende. Deze tekst was in het Akkadisch geschreven en behoorde tot het Atrahasis epos. De vertaling die George Smith van de nieuwe vondsten maakte, verschilt enorm van de versie die wij vandaag de dag kennen. Zijn vertaling was namelijk gebaseerd op slechts één kopie van het epos, die ook nog eens verre van compleet was. Ook verwisselde hij de voor- en achterkant van de tabletten, waardoor de regels in de verkeerde volgorde stonden. Pas in 1956 slaagde de Deense geleerde Jørgen Laessøe erin de juiste volgorde te vinden en daarmee een lopend verhaal te creëren.

Omdat er drie verhalen bestaan waarin de zondvloed een grote rol speelt, is het onmogelijk om te spreken van ‘het’ Babylonische zondvloedverhaal. Zowel het Sumerische Vloedverhaal als het Atrahasis epos als het Gilgameš epos bevat cruciale informatie over de zondvloedtraditie van Mesopotamië. Hoewel er tussen deze teksten verschillen bestaan, komt de kern overeen. Zo hebben alle drie verhalen een andere held: de Sumerische versie kent Ziusudra, Atrahasis is de held van het gelijknamige epos en Uta-napištim speelt de hoofdrol in de zondvloedpassage van het Gilgameš epos. De dramatische gebeurtenis waardoor deze held getroffen wordt, is echter steeds dezelfde: hij is degene die door de godheid Enki, ook wel Ea genoemd, wordt uitgekozen om een boot te bouwen en zo de vernietigende zondvloed te overleven.

De ontdekking van de Ark Tablet

‘Muur, muur! Rieten muur, rieten muur!’ Toen Irving Finkel, curator van het British Museum, deze beroemde woorden las op een voor hem op dat moment nog onbekende kleitablet, werd hem onmiddellijk duidelijk dat het om een nieuw fragment van het Atrahasis epos moest gaan. Deze unieke vondst werd door Douglas Simmonds samen met een aantal schooltabletten naar het British Museum gebracht. Hij had de kleitabletten geërfd van zijn vader, die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog gestationeerd was in  het Nabije Oosten en in deze periode een aantal interessante objecten had verzameld. Het kleitabletje, dat Finkel de ‘Ark Tablet’ heeft gedoopt, is niet groter dan een mobiele telefoon, maar voor Assyriologen van onschatbare waarde vanwege de uitgebreide informatie die de tablet biedt over de constructie van de Ark. Tevens is de vondst van essentieel belang, omdat het een gedeelte van het Atrahasis epos bevat, dat in de ons bekende fragmenten van het verhaal tot nu toe onvolledig was. In zijn boek ‘The Ark Before Noah: Decoding the Story of the Flood’ publiceert Finkel niet alleen zijn vertaling van de ‘Ark Tablet’, maar legt hij ook uit op welke manier de tekst moet worden geïnterpreteerd. Het beeld van de levensreddende boot dat opdoemt na het lezen van de vertaling is verbazingwekkend. Uit deze tekst blijkt namelijk dat het beeld dat men tot nu toe had van de Ark volledig onjuist was.

Dit nieuwe fragment van het eeuwenoude epos is alleen al opvallend vanwege de vele verschillen met de andere Atrahasis-fragmenten. Eén van de grootste verschillen komt naar voren in de instructies die Enki in regel 6 t/m 12 tot zijn beschermeling spreekt:

Draw out the boat that you will make on a circular plan;

Let her length and breadth be equal,

Let her floor area be one field, let her sides be one nindan (high).

You saw kannu ropes and ašlu ropes/rushes for [a coracle before!]

Let someone (else) twist the fronds and palm-fibre for you!

It will surely consume 14,430 (sūtu)!

Regel 7 laat er geen twijfel over bestaan wat de vorm van het schip moet zijn. Uit de woorden van Enki blijkt dat de Ark niet langwerpig of kubusvormig was, zoals de respectievelijke schepen van Noach en Uta-napištim, maar rond. De Akkadische woorden die dit feit benadrukken, zijn eșerti kippati, het ‘cirkelvormige ontwerp’ dat Atrahasis moet uittekenen voordat hij aan de bouw begint. In regel 8 wordt nog eens uitgelegd dat de lengte en breedte van de boot gelijk moeten zijn, zoals altijd het geval is bij een cirkel, zodat de zondvloedheld de instructies op geen enkele manier verkeerd kan interpreteren. Atrahasis, ongetwijfeld onder de indruk van de grote beproeving die hem te wachten staat, wordt door Enki gerustgesteld in regel 10 en 11: hij heeft de materialen die nodig zijn om een ronde boot te maken vast al eens eerder gezien en bovendien kan hij de hulp inroepen van een ambachtsman om het werk voor hem te verrichten. In eerste instantie klinken de woorden van de godheid ongeloofwaardig, maar na een nader onderzoek ontdekt Irving Finkel dat de keuze van Enki voor een ronde Ark niet alleen uitermate praktisch, maar ook logisch was. Uit een afbeelding op een cylinderzegel uit het 3e millennium v. Chr. en een reliëf uit het paleis van de Assyrische koning Sennacherib kunnen we opmaken dat ronde boten al in het antieke Mesopotamië in gebruik waren. Ook de bekende geschiedschrijver Herodotus maakt in zijn Historiën melding van de boten, die over de Eufraat en Tigris voeren. Een dergelijk rond vaartuig wordt coracle genoemd. Tot in de eerste helft van de vorige eeuw maakten coracles nog deel uit van het dagelijks leven in Mesopotamië, waar ze voornamelijk gebruikt werden om goederen en vee, maar ook mensen over de rivier te verplaatsen. In principe waren deze boten een soort grote manden, vervaardigd van touw, die met bitumen waterdicht werden gemaakt. Een groot voordeel van de coracles was dat het onmogelijk was ze te laten zinken. Hier staat tegenover dat het door de ronde vorm moeilijk was de vaartuigen een specifieke richting op te sturen. Het is dus geen vreemde keuze om de Ark als coracle weer te geven, omdat de boot nergens naar toe hoefde te varen, maar slechts moest blijven drijven om zo het voortbestaan van al het leven veilig te stellen.
Na het vertalen van de Ark Tablet onderwerpt Finkel ook de teksten van twee andere vloedverhalen die in het bezit zijn van het British Museum aan een inspectie, namelijk de Oud-Babylonische versie van Ipiq-Aya en de Assyrische tekst die George Smith tijdens opgravingen in Nineveh vond. Tot zijn verbazing treft hij in beide fragmenten opnieuw het essentiële woord kippatu aan, waaruit we de conclusie kunnen trekken dat hier oorspronkelijk ook sprake was van een ronde ark. Deze informatie is nooit eerder op waarde geschat, omdat de spijkerschrifttekens van de Oud-Babylonische tekst moeilijk leesbaar waren en het woord in de Assyrische versie geheel uit zijn verband was gerukt, omdat de rest van de tekst incompleet was. In Gilgameš XI komt opnieuw naar voren dat de lengte en breedte van het schip gelijk moeten zijn, net zoals in de Ark Tablet vermeld wordt. Omdat verdere informatie over de vorm van het schip echter niet aanwezig is, wordt op basis van deze zin aangenomen dat het schip kubusvormig moet zijn. In de tekst is volgens Finkel wel degelijk een verwijzing naar de ronde vorm van de boot te vinden, die op een andere manier vertaald is door Andrew George. De coracle van Uta-napišti is een feit.

De fascinerende mogelijkheid van een ronde Ark was nooit eerder door geleerden overwogen tot Irving Finkel het licht zag tijdens het vertalen van de Ark Tablet. Met behulp van deze tekst kon de raadselachtige vorm van Uta-napišti’s boot worden verhelderd, en bovendien bleken er zelfs in twee andere teksten aanwijzingen te zijn dat er geschreven werd over de grootste coracle uit de wereldgeschiedenis. Het feit dat een coracle eenvoudig te maken is en eeuwenlang in Mesopotamië gebruikt werd om mensen en vee te vervoeren, maakt deze theorie nog geloofwaardiger. De praktische kant van dit ontwerp is een niet te onderschatten factor: de coracle was waterdicht en beschermde de kostbare inhoud tegen het gevaar van de golven. De spraakmakende publicatie van de inhoud van de Ark Tablet is een frisse wind, die de discussie rond de zondvloedtradities hopelijk nieuw leven in zal blazen.

Codex Historiae adverteer button

De toekomst van de ark

We hebben gezien dat er in de loop der tijd een grote verscheidenheid aan verklaringen is gegeven voor de overeenkomsten tussen de Babylonische en Hebreeuwse zondvloedtraditie. Welke hiervan de juiste is, zal slechts duidelijk kunnen worden aan de hand van verder wetenschappelijk onderzoek. Het kan interessant zijn om te kijken naar andere verhalen uit het Oude Nabije Oosten die in de Bijbel terechtgekomen zijn. Zo zijn er wetenschappers die een verband zien tussen het Babylonische Enuma eliš en het scheppingsverhaal in Genesis. Ook de legende van Sargon en de grote leeftijden van de antediluviaanse heersers op de Sumerische Koninglijst hebben Bijbelse tegenhangers. Is het mogelijk dat deze verhalen in het gehele Oude Nabije Oosten bekend waren en werden doorgegeven door middel van orale traditie? Dit zou betekenen dat de Hebreeërs niet fysiek aanwezig hoefden te zijn in Babylon om met de verhalen in contact te komen.

Het is duidelijk dat dit onderzoeksgebied nog vele mogelijkheden biedt voor zowel Assyriologen als theologen. De historische bronnen die we bezitten zijn zeer geschikt voor een vergelijkende studie, waarbij ook archeologische aspecten betrokken kunnen worden. De zondvloedverhalen zullen altijd tot de verbeelding blijven spreken. Het zal echter nog wel even duren voor we het beeld van de grote houten boot achter ons kunnen laten en de enorme coracle van Atrahasis kunnen visualiseren.

 

Meer weten?

  • Dalley, S. 1989, Myths from Mesopotamia: Creation, the Flood, Gilgamesh and others, Oxford/New York.
  • Finkel, I. 2014, The Ark Before Noah: Decoding the Story of the Flood, London.
  • Foster, B.R. 2005, Before the Muses. An Anthology of Akkadian Literature, Bethesda.
  • George, A. 1999, The Epic of Gilgamesh, London.
  • Hess, R.S. 1994, ´One Hundred Fifty Years of Comparative Studies on Genesis 1-11: An Overview´, in: R.S. Hess/D.T. Tsumura (ed.), I studied inscriptions from before the flood. Ancient Near Eastern, Literary, and Linguistic Approaches to Genesis 1-11, Winona Lake, 3-26.
  • Jastrow M. 1914, Hebrew and Babylonian Traditions, London/Leipsic.
  • Lambert, W.G. 1994, ‘A New Look at the Babylonian Background of Genesis’, in: R.S. Hess/D.T. Tsumura (ed.), I studied inscriptions from before the flood. Ancient Near Eastern, Literary, and Linguistic Approaches to Genesis 1-11, Winona Lake, 96-113.
  • Lambert, W.G. 1960, ‘New Light on the Babylonian Flood’, Journal of Semitic Studies 5, 113-123.
  • Lambert, W.G./ Millard, A.R. 1969, Atra-hasis: The Babylonian Story of the Flood, Oxford.
  • Mallowan, M.E.L. 1964, ‘Noah’s Flood Reconsidered’, Iraq 26, 62-82.
  • Raikes, L. 1966, ‘The Physical Evidence for Noah’s Flood’, Iraq 28, 52-63.
  • Shehata, D. 2001, Annotierte Bibliographie zum Altbabylonischen Atramhasīs-Mythos: Inūma ilū awīlum, Göttingen.
  • Smith, G. 1988, ‘The Chaldean Account of the Deluge’, in: A. Dundes (ed.), The Flood Myth, Berkeley/London/Los Angeles, 29-48.
  • Sollberger, E. 1962, The Babylonian Legend of the Flood, London.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *